Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
bera, dat hij hun toegang tot Plato, dien beroem-
den leerling van Socratcs, wilde bezorgen , ten einde
iets nuttigs uit zijne redenen te leerea. Plato zeide
hierop lagchende : De man, daarvan gij Ipreekt,
ben )k. Men vindt hedendaags weinige geleerden,
of die flechts den naam dragen van het te zi,in, daar
men het voorbeeld, dat F/att hier gaf, van zou te
wachten hebben.
83. Een voornaam heer wilde eens door een boscli
reizen, aan welks ingang een bedelaar zat, denwel-
ken hij op zijn bidden een aalmoes gaf. Waarde
beer! zeide hier op de dankbare bedelaar, reis toch
niet door dit bosch, daar houden zich ftruikrovers in
op. De edelman verkoos derhalve eene anderen
weg; en, zoodra hij in de naast bij gelegen herberg
kwam, hoorde hij, dat er daags te vooren drie per-
fonen in 't gemelde bosch vermoerd waren. Zoo
heeft de vriendfchap van eenen armen eenen rijken
het leven gered I Zoek derhalve alle menfchen tot
vrienden te maken, al was het zelfs een bedelaar,
want mogelijk heeft de Voorzienigheid hem gefield,
om uw weldoener te worden.
84. Waarop verbeeldt gy u iet, 0 dwaze jonge-
lifig! op de fchoone geflalte uws ligchaams? op de
gladde en fijue fcuid uws aangezigts? of op de wel-
gemengde verwen, die er zich in opdoen ? of op de
fraaiie haarlokken, die u om het hoofd zwieren ? Ga,
ga ginds op dat kerkhof, en neem eene hand vol aar-
de, en zie! dit was voor weinige, ja zelfs voor zeer
weinige jaren, een even zoo engelachtig aangezigt,
als gii thans vertoont. Griip moed, en nader eens
onbefchroomd, het beenderhuis! Wat ziet gij danr?
Dorre hoofdfchalen met uitgeholde oogen , die nu
eene nare vertooning maken; harde beenderen van
edellieden en boeren, van geleerden en onwetenden ;
fchoonheid, flerkte en jeugd liggen hier met zwak-