Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^^ 47
in hij treedt, dezelve voor de zijne aanziende.
8®. De koeifier, in verbeelding, dat het zijn heer
is, brengt hem aan een vreemd huis. Mtnalcas gaat ,
in zijnen droom, de trappen op, en in het eerlté
vertrek, daar hij zich op een rustbank zoo lang ne-
derlegt, tot dat de heer van 't hu's komt, en heia
uit den droom helpt. Wanneer hij op het tiktakbord
fpeelt, eischt hij een ghs wijn met water, en onder-
tusfchen komt zijn beurt, dat hij moet fpelen. Hij
heeft den fpeelbeker in de eene, en het glas in de
andere hand, en, vermits hij heel wat dorftig vale
flikt hij de dobbelfteenen in, en werpt het glas met
wijn en water over 't bord. De geleerde Newton
nam, in gedachte, den vinger van eene dame, die
naast hem zat, om zijne pijp aan te ftoppen.
8». Op eenen tijd fchrijft Menalcas eenen brief,
CR (lort den inkt, in plaats van 't zand, «ver het
fchrift: hij fchrijft hem weêr over, en doet er het
opfchrift van eenen anderen brief om. De edelman
ontvangt dezen brief, opent dien, en leest er het
volgende in : Mijn goede Jakok! gij zult aanflonds^
zoodra gij dezen gelezen hebt, zorge dragen, dat er
zoo veel hooi Voor handen is, als ik üezen winter zal
modig hebben. Zijn landman daartegen ontvangt den
brief, aan den edelman gefchreven, opent dien, en
fchudt het hoofd over deszelfs begin, dus luidende :
üw Hoog Welgeborens fchrijven heb tk met den voA
maaktflen eerbied ontvangen enz.
82. Vlato , wiens naam onfterfelijk zal blijven,
naar de Olympifche fpelen reizende, geraakte mee
cenige vreemden, die hij door zijn vriendelijk gelaat
had ingenomen, zoo in vriendfchap, dat zij roet hem
naar Athenen te rug jeisden. Zii konden uit zijne
redenen niet het allerminfte ontdekken, dat hij die
groote man was, welke gansch Griekenland tot eere
vciftrekte. In Athenen gekomen zijmie, badeu t^