Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
pogehende, en, onder vele ongeloofelijke dingen, ook
verhalende, dat hij op den top van den allerhoog'ten
berg in ete wereld, op het eiland Tenerif, geweest
was; gaf hem een ander daarop tot antwoord: Gij
zoudt zeer wel gedaan hebben , als gij er op gebleven
waart; want zijt verzekerd, dat het u zeer zwaar
zal vallen, ooit den hemel weer zoo nabij te komen.
Voor grootfpreken diende elk zich te wachten ; zulke
lieden, die hunne gewoonte daarvan m^iken, halen
zich den afkeer van brave lieden en den fpot van elk
op den hals. De vier volgendeu zullen o\is eenige
fiaalijcs opleveren van een mensch, die met zijne
gedachten niet te huis is.
78. Laat uwe gedachten niet overal vliegen; maar,
wanneer gij iet moet doen, bepalal dezelven geheel
en al tot hetgeen gij te doen hebt. Het voorbeeld
vaa Menalcas, welk ons de la Brujere, befchrijft, is
uitfporig. Mcnalcas komt 's morgens beneden, en
doet de deur open, om uit te gaan, doch maakt ze
weer toe, wijl hij met de andere hand voelt, dat
hij zijne flaapmuts nog op heeft, en de baard alleen
aan de eene zijde gefchoren is;.dat hij den degen
aan de regte zt)de gedaan heeft, en dat het hemd
hem nog over de beenen hangt. Hij gaat zich der-
halve kleeden.'
79. Zoo dra hij. ordelijk gekleed is, gaat hij ten
hove, komt in de voorzaal, en vermits hij zeer ftijf
onder eene lichtkroon doorgaat, blijft zijne paruik
aan eenen der armen hangen, en zweeft daar als in
de iucht. Alle de hovelingen beginnen te lagchen. Mc-
nalcas lacht veel harder dan alle de anderen , ziende
onderuisfchen rondom naar den genen, om wien ge-
lagchen wordt: ten laatfle wordt hij het gewaar; hij
neemt de paruik en zet ze weer op, doch, bij on-
geluk , het achterfte voor, daarop gaat hij heen;
aan de deur komende, ziet hij eene koets, waar«