Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
zwering door, en Jafon werd in eens buiten gevaat
zijns levens geftdd. Zoo kunnen dikwijls onze vijan-
den meer voordeel toebrengen, dan «nze vrienden ;
zij ontdekken ons vrijelijk onze misdagen, en makea
ons voorzigtig en bedachtzaam; als zij ons Ichelden,
moeten wij onderzoeken, of wij hun ook gelegen-
heid daartoe gegeven hebben.
/75. Hendrik de IV. werd door het onbefchaami
aanhouden van den hertog van Nevers bewogen, om
eenen adeiijken heere de orde van den heiligen Geest
te geven, niettegenftaande dezelve die groote eere
onwaardig was; en toen men dien onwaardigen rid-
der de orde zoude omhangen, zeide dezelve, naar
het voorgefchreven formulier: Domine, nenfumdig'
fius; en als hij, \rolgens gebruik, het voor de twee-
demaal herhaalde, zeide de monarch: Ik weet he»
ook zeer wel, ik zou u die waardigheid ook niet ge-
geven hebben, indien iVévtfn mij niet zoo onophoude-
lijk er om gebeden had. Eea vorst, den troon, dien
hij be2it , waardig, kan niet dulden, dat iemand
envoldaan van hem ga.
76. Als de ove/wonnen koning Perfius voor zij-
nen overwinnaar, Paulus Emilius, pp de aarde neder-
lag, zoo rigtte niet alleen die grootmoedige Romein
hem zeer vriendelijk op, maar zeide ook tegen de
jonge officieren, die er om heer^ Honden: Gij ziet
hier een merkwaardig voorbeeld van de onbeftendig-
heid der menfchelijke zaken: ik fpreek voorBamelijk
totu, 0 Jongelingen! ga toch nimmer met eene onge-
lukkige trotschheid en onbarmhartigheid bezwangerd,
en verlaat u nooit op uw tegenwoordig geluk. Phi-
lippus deed zich alle morgen door eenen zijner hove-
lingen toeroepen : Philippus, gedenk, dat gij een
tiensch zijt.
77. Een zeker grootfpreker, welke tevens een zeef
goddeloos mensch was, eens gev/eldig op zijne reizen