Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
ryk het fchoonfle koningrijk in Europa; Parijs dè
fchoonde ftad van Frankrijk ; mijne kamer het fclioon-
fte vertrek in Parijs; ik ben het fchoonfte fieraad in
mijn vertrek: ergo, iK ben de fchoonfte perfaon.op
de wereld. Zotheden te bedrijven en te fpreken is
den mensch eigen, en daar is niets verwontlerlijks in.
70. Een zeker heer wilde uit Ierland naar En-
geland overvaren , en in de paketboot ftappende,
brak de ladder, waardoor hij in de boot nederviel;
en zijn been brak. Daar is geen kwaad bij, zeide
hij, het dient tot mijn best. Zijne vrienden hem
vragende, hoe dit ongeluk en het opfchorten van
eene zoo noodzakelpe reis ten beste konde wezen?
antwoordde hij: De Voorzienigheid weet het beter
dan ik; maar ik heb de gedachte, dat het voor mijn
best is. Hij werd naar huis gebragt; de paketboot
zeilde af, en verging op zee met man en muis. Zijt
opregt in uw gaiifche leven, en vergenoegd in alle
wisklvalligheden; zoo zult gfi uw nut doen, met si
wat er voorkomt, en alles, wat u gebeurt, zal de
bron van lof- en dankzegging zijn.
71. Toen de Thrafiërs ter eere van Agcfilaus ^ we-
gens zijne groote verdiensten, eenen tempel bouw-
den , en iiem deze verheffing door afgezanten lieten
boodfchappen, was het antwoord van dien grooten
held: Weest zoo goed en maakt eerst u zeiven tot
Goden, en dan zal ik gelooven, dat gij van mij ook
eene godheid zult kunnen maken. Inderdaad een
antwoord, dat eenen Christen vorste eere zou doen ,
wanneer hij door hetzelve de overmatige vergoding
der lofredenaren en dichteren bcfchaamd maakte.
Doch hoe velen laten zich met ijdele loftuitingen
niet vleiten ! De laster en de vleijerij gelijken in ve-
}e opzigten eikanderen; onder anderen zijn zy beir
de gelijkelijk de grootfte verachting waardig.
72. De wijze , op welke dezelfde Agcfiiaus