Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
cp die grootmoedige vriend antwoordde: Ja, Sire!
ik zou gaarne mijne beide armen willen geven, zoo
fk dien éénen Hechts konde redden, die zoo vele over-
winningen voor Uvve majefteit bevochten heeft.' Zoo
welfprekend en krachtig wist die verftandige man de
verdienllen van eenen onderdaan en de pligten van
erkentenis eenen vertoornden vorfte voor te flellcn.
Een vijand haat uit al zijn hart; maar een vriend,
die ook zoo weet te beminnen, is een phenix. Een
vorst misbruikt zijn vermogen, wanneer hij billïjke
verzoeken weigert, zoo wei als wanneer hij onbillij-
ken inwilligt.
68. Mylord Hale was , naar 't getuigenis vznBur'
fiet, een zoo regtvaardig regter, dat men hem door
niets konde bewegen, om het regt in het minfte te
verdraaijen. Eens had de bediende eens bisfchops,
die zijn goede vriend was, iets ftrafwaardigs bedre-
ven. HaU (Irafte denzelven geliik een ander misda-
der. En als de bisfchop liet blijken, dat hij er over
geftoord was, zeide hem Hale regt uit: Wat meent
pij, wanneer mij God zoude vragen, waarom hebt
gij dien door de vingeren gezien? dat ik dan zou dur-
ven antwoorden: Lieve Heer! hij was een bediende
van den Bisfchop. De gedienftigheid moet men nooit
alleen doen gaan; men moet dezelve altijd doen ver-
zeilen door het oordeel en de voorzigtighdd; zij
moet de palen der welvoegelijkheid niet te buiten
gaan.
(59. Themi߻clcs bragt, door het volgend Syllogis-
KUS ( Sorites ), zeer mtuurlijk tot de gedachte, dat
zijn znon de grootfte heer in gansch Griekenland was.
D.' Atheners zijn beeren over de overige Grieken:
ik ben heer over de Atheners: mijne gemalin ge-
biedt over mij, en mijn zoon gebiedt over mijne ge-
pialin. Een jong heer van Parijs maakte deze fluit-
redtn; Europa is het fcliooiïfte werelddeel; Frank*