Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
het koningrijk in de maan, en wenschte hem, in ho-
pe , dat hij eene goede balooning zou krijgen , de op-
perheerfchappij over hetzelve toe. Na dat de prins ,
eenig^ bladen in hetzelve gelezen had, zeide hij:
Ik ben u zeer verpligt voor uwen weusch; zoodra
ik hetriik, 't welk gij zoo heerlijk befchrijft, zal ver-
overd hebben, zal ik er u tot mijnen ftadhouder in
aanftellen. De hovea der v«rften zijn ware arken
Noachs, men vindt er dieren in van alleilei foort;
onder dewelken de vreemdelingen de flechtde en ge-
vaarliikfte voor den ftaat zijn, wijl de vleijcrij ge-
meenlijk hunne ganrche kundigheid is; die dan nog
met eene ondragelijke verwaandheid gepaard gaat.
66. Niets is een regtaardig gemoed onbetainelijker
en fchandelijker, dan fchulden te maken , zonder
ooit aan derzelver betaling te deuken. Toont die
niet een laag en ondeugend hart aan, anderen, wel-
ken zich op onze eerlijkheid en goede woorden verla-
ten , wezenlijk te bedriegen ? Ja ziet eens, hoe ge-
ring het onderfcheid is tusfchen eenen moedwilligen
ft:huldenmaker en eenen dief: De dief neemt den •
lieden het hunne met geweld weg, en de kwade be-
taler doet het met list. Welken van deze twee is nu
de beste? De arme, die ontleent, om aan de be-
hoeften des levens te voorzien, wordt voor een be-
drieger gehouden; en men vergeeft aan den rijken,
die zijne fchulden niet betaalt, Ithoon hij er midde-
len genoeg toe heeft. Het hart van zulke rijken is
verhard door de begeerlijkheid tot fchatten, geen
droefheid of bitterheid maakt eenigen indruk op hun
gemoed.
67. Toen de heer Chatelet op het ijverigfle bij
den koning voor den hertog van Alontrnoremy om
genade aanhield , zeide deze monarch : Ik geloof
dat gij er wel eenen arm om zoudt willen misfen, 200,
gij den hertog kondet bij 'c leven behouden ? Waar-
C 5