Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^C^ 38
fbmme gelds toelei, die hij gedurende zijn leven zou
trekken ; er deze woorden bijvoegende: „ Ik maak
j, den woiidheeler dit jaarlijks geld, omdat ik voor-
„ zie, dat het ongeluk, 'c weik zijne onvoorzigtig-
„ heia mij heeft toegebragt, hem voor hettoekomen-
„ de al zijnen roem zal ontnemen." De dame gaf
bliiken, dat zij zich geheel onderwierp aan den wil
des hemels. Vele anderen zouden trachten, zich le
wreeken: zij in tegendeel is bedacht om wel te doen
aan hem , die ongelukkiglijk oorzaak van haren
dood is geweest.
59. Men zou weinig menfchen vinden, die van
den inborst des beroemden Itaiiaanfchen dichters laS'
yö zouden zijn. Als eens iemand tegen hem zeide ,
dat hij eeue gewenschte gelegenheid gehad had , om
zich te wreeken aan eenen mensch, die hem duizende
verdrietcliikheden veroorzaakt had , gaf Tasfo tot ant-
woord : voor mij, ik ben niet voornemens om hen»
van zijne goederen, leven, ofeere le berooven: neen,
maar ik zal mij alleen beijveren, om dien nijdigen
inensch van zijne booze neiging te niijwaards te be-
vrijden. Die zich benaarftigt, om zich meester van zij-
ïie driften te maken, zal niet misftn, de zoetighe-
den der rust te frnaken.
éo. De beroemde keizer Tiberivs de tweede was
ongemeen milddadig omtrent den -armen. Eens zei-
de de keizerin Ssphia tegen hem^, dat hij zijne mild-
dadigheid zoo verre niet moest uuftrekkeH; maar de-
ze groote mooarch antwoordde: Ik ben verzekerd,
dat God mii r,itt zal verlaten , zoo lang als ik het be-
v?l siins zoons nakome. En God, die beloofd heeft,
de goede werken, als vruchten des geloofs, in'ttoe-
komende leven te beloonen, beloont ze zelfs reeds in
dit ifven, oi doet dus meer dan h\i beloofd heeft.
De Keizer deed, op de gallerij, eenen grooten fteen
«fïgneuien j en roen voad er eenen grooten fchat, dis