Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Mijn heer! zou ik u durven verzoeken, de goedheid
te hebben, mij te zeggen, hoe ik mij in dit geval^
moet gedragen?
Over de verfcheiden gevallen en emflandigkeden,
55. Ik heb gister uwen broeder in den tuin ge-
zien ; hij fprak mij zeer omftandig van de reis, die
hij gedaan heeft in Duitschland, om de voornaam-
fte fteden te bezigtigen. Mijn heer! ik heb de boe-
ken , die uw vader mij, uit den Haag, gezonden
heeft, aan uwen brteder behandigd. Kan men den
hemel aanfchouwen, zonder te denken aan het begin
en den oorfprong der zaken ? Het verftand dient
ons fomtijds om ftoutelijk dwaasheden te begaan. Be-
waar uwe ziel in matigheid, leer uwen geest oplet-
tende te zijn tot haar welwezen; zoo zullen de zintui-
gen , hare bedienden , altijd uwe leidslieden tot de
waarheid zijn. De oogen zijn de wachters, die voor
11 waken; maar, hoe menigmaal zijn zij onbekwaam
om tusfchen waarheid en dwaling onderfcheid te
zien! Gij fpreekt dikwijls van uwe vrienden en van
uwe zakeu- Wij zullen morgen onze vrienden zien
en hunne buitenplaats, aan den Rijn gelegen. Men
moet tot de vorften niet naderen , zeide Efopus te-
gen iSo/o«, of men moet voornemens zijn, hen te
vleijen, 't zij wit vreeze voor hunne oppermagt,-of
om eigen voordeel.
'56. De Natuur en de wijsheid geven ons altijd de-
lelfde zaak in. Het hart van den verwaanden is in
onrust, terwiil hij vergenoegd fchynt te zijn; ziine
zorgen zijn grooter dan zijn vermaak. De eigenliefde
ftelt zic1i altijd ietsvoor, in de vriendfchap te winnen.
Wij herinneren ons zelden aan onze oude vrienden.
Tot welk uiterfle hebben zich de Franfchen niet! aten
vervoeren, ora de hervormden uit hua and te ver-