Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
in 't geheim te waarrchouwen. Zijne vrienden bé-
.minnen , is hen in 't geheim ie waarfchouwen. Wij
hooren met opmerking de raadgeving, welke ons ge-
ven de genen, die onze driften weten te vleijen. Ee-
ne kwalijkmeenende ftreelenue tong kan veel kwaads
doen. Het kruis, dat een waar Christen draagt, is
ligïer dan dat , hetwelk de goddeioozen dragen.
Vrees en verfclirikking berooven het gelaat van des-
zflfs glans en luister. iJe oceaan doen de bronnen
opzwellen, welker wateren door dé firoomen weder-
keeren in deszelfs boezem. De goede (laatsdiertaarS
zijn niet minder geheim , dan de Roomfche raads-
heeren het waren. Daar is er, die, om hunne heersch*
aucht te voldoen, oorzaak zijn van de grootde en ge-
va-trlijkfte omwentelingen, en dikwijls van den ge-
heelen ondergang des ftaats.
Over den roeper,
54. Aarde, leen uwe ooren 1 Hemelen ^ hoöft tiili-
ne ftem! Gii hoort het, mijn vriend! en gij kuiit
het dulden! Gij hebt, mijn heer! in dezen doorluch-
tigen befchermer gevonden al hetgeen uwe grootfl-fi
hope kan vervullen. O aarde, opert u, en verflind
deze boozen! Gij dwaas! waarom haakt gij naar rijk-
dommen? is deugd niet waardiger, dan fchatten! O
mensch l hoe dwaas zijt gij, dat gij u op uwe Ver*
gankelijke fchoonheid wat inbeeldt! Ga in tot u zei-
ven , 0 mensch! en overweeg, waartoe gij gefchapeü
zijt! Wie zijt gij , 0 mensch! die u beroemt op uwe
wijsheid? of, hoe durft gij u verheffen op uwe we-
tenfchap ? O mijn vriend! denk altijd öp hetgeen ik
u zoo dikwijls gezegd heb. O wreede dood! gij ver^
fchoont geen keizers noch koningen» Ongelukkigen n
hebt gij wel de ft®utheid, het te ontkelinen! O Hemel!
kan dat zijn! zal ik dan altoos ongelukkig Wtzcil!
C ä