Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
zelden. ■ Gii en uw oudfte broeder bekleeden de eerfte
plaatfen. Mijn broeder en ik lezen niet ^an goede
boeken. Wij moeten onzen tfid niet verkwisten.
Wij hebben onze vijanden niet overwonnen. Wij
zijn ook door onze vijanden niet overwonnen. Om
gelukkig te ziin, moet men zich vergenoegen met
hetgeen men heeft. Het is dikwflls voordeelig, de
grooten te verlaten. De grooten fterven, zonder een
hart vergenoegd te maken. De vorflen moeten zich
toeleggen, om regt te doen. De gunst der vorften
kan door ondeugd gekocht worden. Oe wiisgeer is be-
kwaam , om goede wetten op te ftellen. Het baat ee-
nen blinden niet, dat zijne ouders gezien hebben.
Wat is het voor den verachtelijken en onwaardigen, dat
z^ne voorvaders edel waren? Een woekeraar zoekt
niet anders dan geld op te ftapelen: het fcheelt hem
weinig, hoe hij het te zamen fchraapt; wanneer
hö er zijn belang in ziet, worden eer en geweten
opgeofferd; maar, helaas ! zijn goud , zijn zilver
zullen hem niet van den dood kunnen vrijkoopen. De
gierigaard kan voor niemand goed wezen; maar hij
is voor niemand zoo wreed, als voor zich zelven.
Over den memer en aanklager.
5$. De meeste Wilden bewonen de bosfchen. Men
moet den grond bereiden, eer men het koren kan
zaaijen. Deze zaken zijn gebeurd onder de regering
van Lodemjk den veertienden. De zwakke verftan-
den moeten bij de wijzen om raad gaan. Men vindt
vijze en voorzigtige menfchen. De Milefiërs kochten
Demosthenes em, opdat hij zwijgen zoude, en ga-
ven hem te dien einde veel gelds. Cato^ niet willen-
de toeüemmen eene, voer de roomfche vrijheid na-
deelige, wet, zag zich door het gemeene volk van de
markt gejaagd. Het is zijne vrienden beminnen, hen