Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23 ^^
Als ik eenen vriend wil maken, werp ik layne 00*
gen op dien, die mij het minlle baatzuchtig fchijnt.
Om het bijvoegelijk wtord te kennen, zelfs als het
pluats houdt v«« den aanklager, en hetzelve te
fchikken; ook wanneer het betrekking hteft
ep twee zclfjiandtge woorden.
51. De Italianen zijn minnenijdig. Hij is dpn va-
derlande nuttig. Een onregtvaardig vorst is onwaar-
dig te regeren. Mijne zuster en mijne nigt zijn altijd
ziekelijk. Mijn oom en mijne moeije zijn op de oude
wijze eekleed. Uw vailer en uwe moeder zijn niet
vrijmoedig genoeg, om er de proef van te nemen ;
en zij zijn te voorzigtig, om het te doen op eena
wijze, dal zij zouien knnnen berispt v/orden. Het
laken en het linnen fchijnen goed. Het is edelmoedig,
zijn leven te wagen voor het welzijn des vaderlands:
maar het is fchandelijk, zijnen pest niet waar te ne-
men naar behooren, en zich lafhartiglijk te gedragen
in de befcherming van denzelven. De held is het be«
roemdfte van alle mcnfchelijke karakters; doch te-
vens de kaatsbal van zijne zwakheid. Het gemeen is
onbeftendig en ondankbaar. Wij vinden dikwijls bit-
ter het geen zoet is. Gansch Parijs en geheel l'rank-
rijk erkennen hem. Al de koningen en al de mag»
ten eeren hem. Zij Cmannel.) of zij yroww-t/.) waren
gansch verwonderd. Zij (m.') of zij (v.) waren
gansch vuil. Hoe vreemd zij («.) of zij (_v») zijn.
Hoe vuil zij Qm.) of zij (v.) zijn.
Om het f/erhvoord te fchihken, als het overeenkimsi
heeft met twee enkelvoudige namen; en oVir
de overeenkomst tusfchen twee verkwoardcn,
S». Het verlland en de fchoonheid verceni^ft^ zitïb
C