Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2£>
Alles is overftroomd door den zwaren regen, die er
deze verleden dagen geweest is. De ellende, welke
de oorlog veroorzaakt heeft, is onuitfprekelijk.
44. Mijne zusters hebben zich met fpelen opgehou-
den, en hebben eenen algemeenen haat op zich ge-
haald; daarom hebben zij de zwarigheid niet kunnea
oplosfen , die men haar had voorgeftdd. Uwe raad-
gevingen hebben ons altijd tot eenen regel gediend.
De Hollanders hebben zich vermaari gemaakt. De
wapenmakers voeren weinig uit, fchoon de oorlog
overal ontlloken is. De Romeinen hebben enge-
ftraft kerkfchennisfen bedreven. Zjjnde geacht van al-
le menfchen, moest zij te vreden z'ón. De huizen,
die men verleden jaar heeft doen bouwen, zijn af-
gebrand. Hij begreep de zaken niet, die ik hem te
verftaan gaf. Zie daar het huis, dat hij heeft be-
gonnen te bouwen. Hij heeft alle de redenen bij ge-
bragt, welken hij heeft kunnen bijbrengen. De in-
woners hebben ons meester gemaakt van de ftad.
Over de onbepaalde v/ijze, *
45. Het is God, die in ons werkt het willen en
het volbrengen naar zijn welbehagen. Men kan niet
lang leven, zonder eten of drinken. Hij verwaardigt
de lieden niet te fpreken. Hij meent alles te weten,
en hij weet niets. Hij hoopt een ambt van den ko-
ning te krijgen. Het is beter te zwijgen, dan kwa-
lijk te fpreken. Het is aangenaam te winnen; maar
het is verdrietig te verliezen. Het berouwt mij, zoo
veel gewaagd te hebben. De zwarigheid beftaat, in
te weten hoe men moet doen. Ik zal het u helpen
maken; want ik fchep vermaak in u te dienen. De
koning doet dit, om zijne onderdanen te begunfti-
gen. Hï) vertrok, zonder een woord te zeggen. Na
dus te hebben gefproken, zeide hij, hier te zijn ge-
komen, om te weten, waaraan zich te houden j maar