Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Over de Deelwoorden.
4a. Gisteren uitgaande ten vier ure na den mid-
dag , op de markt gekomen zijnde, en hem meer dan
een uur lang gezocht hebbende, zonder hem te vin-
den , vond ik hem ten laatfte in het koffijhuis, eten-
de, drinkende, en zich vermakende met het billard-
fpel. De meid geroepen hebbende, en haar naar u
gezonden hebbende, ging ik aan het fchrijven van
den brief, en dien gefchrevenhebbende, zond ik den-
zelven naar de post. De moeder uitgegaan zijnde
met hare dochter, en beide een uur daarna weerge-
komen zijnde; gingen zij in den tuin. Een half uur
gewandeld hebbende, zijn zij te huis gekomen. De
wijzen hebben altijd de deugd gezocht. De deugd,
die de wgzen altijd gezocht hebben. Dit zijn wetten,
welke de eerfte Christenen zich opgelegd hebben. Het
geheugen aankweekende, kan men hetzelve verfter-
ken geiyk alle andere zaken. Het is eene wijze
vrouw, gehecht aan hare pligten, vreezende God,
beminnende haren man, en goede zorg hebbende
voor haar huisgezin.
43. Verlaat gij dengenen, die gij befchermd hadt?
Haat gij nu degenen, die gij eertijds zoo zeer hemind
hebt? Men hoort u tegenwoordig verachten dege-
nen, die gij altijd hebt geprezen. Waar is de vrouw ,
die wij zoo even gezien hebben ? Het zijn dezelfden,
die gij gezocht hebt. De wijsgeer S. heeft het eenzaam
leven boven de vermakelijkheden van het hof gefteld.
Men heeft altijd gezien, dat de grooten de kleinen
hebben verfmaad. Mijne nichten hebben de maatre-
gelen , die ik genomen had, gedwarsboomd. De
overwonnenen zyn verpligt, de overwinnaren om
genade te fmeeken. De kwade tijdingen hebben zich
vaardigliik verfpreid. Gy zoudt niet kunnen begrij-
pen, welke moeite deze zaktn mij gegeven hebben»