Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
tijdkorting, als het met geen te groote afmatting ver>
zeld is. Het vermaak heeft dezelve uitgevonden, en
de gulzigheid der menfchen heeft ze wreed gemaakt
ten opzigte van de in.voners der bosfchen. Weet
gij, dat mijn heer du Kot in de flad'is gekomen ? Ja ,
ik was bii hem gegaan, zoo haast als ik vernomen
bad, dat liij aangekomen was. Hij was van Rouan
vertrokken denzelWen dag, toen ik naar Pari.;S ver-
trokken was, en ik wist niet, of hij het u geichre.
ven had. . Men bragt gisteren avond eenen lirief van
hem , zoo haast gü waart vertrokken. De Franfchen
nameli de fchepaji weg, kort nadat zi.) den oorlog
verklaard hadden. Ik hoop, dat de vrede haast weer
zal gemaakt worden, anders zullen de kooplieden
veel lijden.
39. Hoe rijk gij züt, gij moet daarom uw geld niet
verkwisten; ik geloof ook niet, dat gii dwaas genoeg
zijt, om het te doen, en zoo gij het bij geval gedaan
hebt, ik denk niet, dat gij het weer'zult doen. De
wijsgeer Crates bedenkende, dat de rijkdommen zoo
veie hinderpalen aan de deugd zijn, wierp al
geld in zee , zeggende : rampzalige rijkdommen ,
ik wil u verliezen, opdat gij mij niet verderft. Zoo
gii morgen naar buiten gaat, en het goed weêr is,
dan ga ik met u. Als hij zijn huis verkoopt, en het
geld er voor ontvangt, zal hij u betalen. Het is het
fraaifte huis, dat in de ftad is. Ik twijfel niet, of
hij zal zijn woord houden. Ik vrees in tegendeel,
dat hij mij zal willen bedriegen, en dat hii znl ko-
men , als ik niet te huis zal zijn. Ik vervyacln van
avond mijnen broeder uit Amflerdam; maar ik vrees,
dat hij niet zal komen. Het is goed, dat het fraai
weêr is; anders zou het mij vervelen, zoo lang te
wachten.
40. Als het niet'te duur was, zou ik er een el of
drie van koopen. Ik kaa het u niet minder geven, al