Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^^ 23
lesenheden trachten, mij er van te bedienen; onder-
tusfclien zal ik snij niet bemoeiien met zijne zaken;
maar ik zal naar die tijding vernèmen, terwijr il; uiija
tegenpartij zal zoeken bezi^ te houden met eenige
btiizclingen. f^/^P^o zegt; de jonge Heden zuilen haast
ftcrven, en de oude lieden hebben niet lang te leren.
Dit zoo zynde, dat elk dan zijne maatregels neme,
terwijl eindelijk die Itap gedaan moest worden. Hij,
die overweegt, dat hij moet derven, is vergenoegd
terwijl hij leeft: hij, die poogt, het te vergeten , heeft
nergens vermaak in. Hij, die'ilerft 200 als her be-
hoort, was niet vruchrcloos geboren, noch heeft niet
nutteloos geleefd. Ik heb hooren zeggen, dat de heer
N. het hoog'fte lot' uit de koninklijke loterij getrok-
ken heeft. Jk verheug mij over het geluk van dezen
man; hij is het wel waardig, ik zou mij met de
helft vnu zulk eenen prijs wel willen vergenoegen.
Men moet, zoo veel men kan, toebrengen tot
het geluk van onzen evenmensch, en nooit bewilli-
gen in het kwaad, dat men iemand wil doen. Die
2ich verheugt in het geluk van een ander, vermeer-
dert hierdoor zijn eiï^en geluk. Wanneer gij geleerit
zult hebben het fchijnsoed der menfchen, zonder mis«
noegen, re dulden ; zult gij met vermnak hun wezenlijk
geluk aanhooren. Die zaak komt niet overeen met
het onderwerp. Men heeft hi::r alles onder de voet
getrapt; terwijl men zijien t^d met het fpel door-
brengt, in plaats vau zich op de wetcMifchappen toe
te leggen; het zij zich in de fchilderl^cunst te oefenen ,
of zich op de deugd toe te leggen. Ik had liever,
dat men vermaak fchepte in de wandeling; maarmeii
ftelt zich koppiglijk tegen alle goede vermaningen, en
geeft er geen acht op. Men zou zich de wereld kun-
nen yerbseiden , als eenen grooten boom ; onze ellen-
den fchijnen mij de bladen te zijn , de onheilen zijn
de bloemen, eii de doo.l is de vrucht Uï^urvaa»
B 4