Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
geven; mep wordt wijzer door den lijd; de ondervin-
ding js de beste leermeist'.res. Pm zijn vele men-
fchen gewcesr. Daar was eea Eng-elsch heer. Daar
is eene vrouw om u te fpreken. Daar zuilen dü jaar
vele vruchten' zijn. is tv lers beïDinn^^nJk, begeerlijk
tJO in het hereik van den meüsch, oat lofwaardig is ?
zal het wi^t de keiir'S zijn? en echter wie is het, die
dezelve verkregen heefr ? De Ikaisman zegt, ciac zij
bij hem te vinden is; de wetgever des volkswil er
den. roem van hebben; maar vinden de onderdanea
Vfel, dat zij ze bezitten?
32- ik weet, dat vi^ij gewacht worden van mijnen
vader. Ik vertrek iD'jrgen uit^deftad, Kom digter
bij het vuur, het is er wel bii te houden in de vorst,
die.wij hebben- Hij heeft mij met eer overladen, en
IJ]ij tevens met eene boodfchap belast. De galeiroei-
jiCrs worden met brood en water onderhouden; zij
worden met Hechte iloffe gekleed; zopdat men hen
dikwijls ziet beve« van ^koude, in matig weêr. Die
■man vtrllrekt ten fpot van 'de gehe^Ie wereld. Men
zeide mij i^atst, dat hij zich, uit wanhoop, had op-
gehangen. Ik zaT raij eenige dagen van huis houdeut
Ik kom met u overeen over cie zaak, en wil gaarne
bekennen, dat het billijtc is, n^et den eüendigen me^
delijden te litbben. De dood is het einde van eer;
zaFrenvyecfici van ellenden , de uitgang uit een duis-
ter gevangenhuis voi^r den wijze, en icne ondrage-
Itike fmert voor dengenen, die zijn geluk doet be-
ftaan in het (lp der aardfche vermaken. Wilt gij
edelaardig leeren fterven; laat uwe ondeugden voor u
üeryen: gelukkig is hij, dje het werk van'zyn leven
voleindt door zijnen dood, en die, het uurdesdoods
komende, niets te doen heeft, dan te fterven,
33. Gij moet aan den uiillag niet wanhopen; mo-
gelijk zal de zaak wel eenen anderen keer némen. Ik
bêd^)]'^ u voor uwen goeden ra^d ^ zal in alle ge*