Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
»3. De grondregel, waarv^
gij vinden bij den beroemden
Brutere. De vrouw, van dewelke gij T^elci:, is in
den tuin van uwe zuster. In zend u de boeken , daar-
over gij mij gefchreven hebt, en daarvan gij benoo-
digd zijt. De fchepen, waarmede de zee bedekt
was , verdwenen in een oogenblik uit onze oogen.
Het is de Heer yatiNuis^ die dat huis heeft doen bou-
wen. Al wat gij zegt, fteunt op goede gronden:
doch velen fpreken hetgeen zij niet weten, en on-
derwijzen aan anderen hetgeen zij zelve niet verftaan.
De dood is eene der zaken, daar wij het meest aan
moeten denken. Dat gij kwalijk van mij fpreekt, ia
iets, daar ik mij weinig om bekommer. Uit is juist
dc plaats, daar ik het heb gevonden, en van waar
hij vertrokken is. Antwerpen is eene ftad, daar men
door trekt, als men naar Parijs gaat.
54. Deze menfchen, die gij zuo bewondert, doen
zich zelden beminnen. Gij hebt met die onderneming
niet te doen: daarom zoudt gij beter doen, u te be-
moeijen met uwe eigen zaken. Dit oogenblik is het
uwe, het volgende is enkel in de geboorte, en gij
weet niet, wat het zal voortbrengen. Hetgeen sij
voorneemt te doen, doe het haastelijk; ftel niet uit
tot den avond, hetgeen de morgenftond kan volvoe-
ren. Verban de ledigheid uit uw huis , zeg tegen
de luiheid: gij zijt mijne vijandin. Gij weet niet wat
te doen, als gij tot uwent zijt: kom tot mijnent den
avond flijten, of willen wij tot zijnent gaan V wij
doen beter tot onzent te blijven; hij heeft zekere be-
zigheden, die hem beletten, menfchen te ontvangen.
Wat zouden zij niet al doen om lof te verkriigen I
Het zijn nu drie dagen, dat ik niet uit ga. Waar-
toe dient een akker, als men dien niet bebouwt?
Het is van u, dat ik het verwacht. Het is tegen u,
dat ik het zeg. Mijn vriend kwam my zien, als ik