Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
doet als of hij anderen zeer beminde, die alleen zich
zeiven bemint. Het volk is in zich zeiven goed; maar
het is moeijelijk het zelve te regeren, hij kan over het
zelve befchikken, zoo als het hem behaagt. Gij en ik
zullen bij den heer N. N. gaan^, die thans op zij-
ne buitenplaats is. Mijn heer uw oom en ik gaan in de
loekomende week naar Bruslél. Men heeft mij gezegd ,
dat gij en ww Neef naar Antwerpen gaan. Wacht u
voor wispelturigheid in het voornemen uwer daden»
en vaor ongelladigheid in derzelver uitvoering, zoo
2ult gij over de zwakheid uwer natuur zegepralen.
22. Die u dat gezegd heeft, weet er niet van. De
geen die lacht, is niet altijd te vreden. Die weinig
eet, zal veel eten , en die veel eet, zal weinig eten.
Die ket minste noodig hebben, zijn de rijkden. Die
rusten wil, moet eerst arbeiden. Die fpreekt zonder
te denken, is als een jager, die fchiet zonder te mi!;*
ken. Bie geen kwaad doet, heeft niets te vreezen. De
genen, die zoo fpreken, zijn vijanden van hun ei-
gen vaderland; zulke lieden zijn onwaardig de voor»
ïegten, die zij genieten; zij verdienden voorbeelde-
lijk geftraft te worden. Deze is beter dan die; maar
dezen zijn grouter dan die. Ik bekommer mij weinig
om dat, als men mij dit wil geven. Het is het wel-
zijn des konings en dat van zijne onderdanen, als
hij in vrede leeft inet zijne naburen. Het is de toem
des vaders en dié van het geheel huisgezin, als het
gebed in zijn huis in zwang gaat. De dagen onzes
ouderdoms zijn zoo zeer niet onderhevig aan de over-
daad, als die van onze jeugd. De vermaningen der
wijzen zijn voordeeliger, dan die der jonge dwazen.
De Rijnfche wijn is gezonder, dan die van Spanje»
De Engelfche wol is fijner, dan die van Holland.
De Franfche lakens zijn beter bewerkt, dan die vaa
Duitschland,