Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Biet bebouwen , noch zijne vruchten inzamelen; men
ziet hen, hun brood vragen aan de huizen der ge-
nen, die zich zelven zien ontbloot van allts; daaroHi
moeten wij , die het onwaardecriijk voorregt des
vredes genieten, zulke ongelukkigen, zoo v(»»i in ons
vermogen is, onderlleunen, indien wij willen, dat
Ifct ons welga. Het hart des huichelaars ligt diep
in zijnen boezem verborgen; hij vermomt zijne woor-
den ; hij lacht in l'merte, hij fchieit in vreugde, en
de woorden zijns monds zijn ondoorgrondelijk. Hij
zwoegt om voor een opregt man door te gaan, en
kittelt zich zeiven met de gedachten zijner doorllepen-
heid.
17. Hij heeft mij eenen brief gcfchreven uit Parijs ,
en ik heb hem heden beantwoord. Mijne nicht zal van
avond in de ftad komen; ik heb haar in geen twee
jaren gezien. Willen wij haar te gemoet gaan ? Gij
zult haar vermaak doen. Ik denk dikwijls aan haar.
Wij hebben ook alle dagen van haar gefproken. M=n
zegt mij, dat zij naar Frankrijk gaat. Ik? ik heb
het in mijne gedachten niet. Wie heeft u dat gezegd ,
hij of rij ? Men fpreekt veel van het ontwerp,
daar zij ons gister van fpraken. Zuudt gij gelooven
dat zij het zullen ten uitvoer brengen ? Zij V zij zul-
len het nooit eens worden: de een handelt op deze,
de ander op eene andere wijze, zonder het algemeen
welwezen in 't oog te hebben ; daarom zal ik , de
zaken mislukt ziende, mijn 'belhiit nemen, zonder
er mij verder in te laten. Zij vieijen rierhalve zicti
zeiven met ijdele hoop. De oogen zijn uwe waciiters,
die voor u waken: maar meni,(>niaal zijn zij onbe-
kwaam, om onderfcheid tusfchendvvaiingm waarheid
te zien. Waarom heeft het aanger.igcde hoedanigheid
van te blozen? Opdat de wereld uwe fchaamte er-
op zou lezen: doe dan niets, waarover gij u zoudr
kunnen fchauien. De dapperlieid onzer voorouders