Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
la
Ov«r de Voornamen,
15. Ik heb te vergeefs u zoo dikwijls vermaand, a
van uwen pligt te kwijten; maar gij hebt mijne ver-
Dtaningen verworpen. Uw broeder is oplettender,
dan gij. Hij doet op ftaande voet hetgeen men ge-
biedt. Hij fpreekt nooit kwaad van ziine makkers;
maar is vlijtig aan zijne leeroefening. Gij , in tegen-
deel, uw gtootfte vermaak is, te gaan fpelen. Ik
heb mijnen vader menigmaal hooren zeggen, dat hij
nooit wilde ledig zijn : maar dat hij zich altijd oefende
in de eene of andere wetenfchap, om zich te verlus-
tigen na zijn werk. Zoo gij, jonge lieden! uw wel-
zijn ter harte naamt, gij zoudt u toeleogen op uwe
letteroefeningen; gij zoudt uw best doen, om te ee-
nigen tijde in ftaat te worden, uw vaderland nuttig
te zijn; gij zoudt uwe zotterniien verlaten, en u hech-
ten aan wezenlijke zaken. Het is 't voordeel van
beiden, zoo wel van hem als van u, zoo wel bet zijne als
het uwe. O gij! die verliefd ziit op de fchoonheid
der waarheid, en uw hart gevestigd hebt ep de een-
voudigheid harer bekoorlijkheden ; zijt haar altijd
getrouw en verzaak haar nimmer. De opregte houdt
zijnen goeden naam in ftand: hij is altijd zich zeiven
j^liik; hij heeft moeds genoeg, om de .waarheid te
ipreken.
16. wy moeten doen aan anderen, hetgeen wij
zouden willen, dat een ander aan ons deed. Wy
levcR in eene diepe rust, en hebben tot nog toe geen
oorlog te vreezen. Ziilke menfchen zijn te bekla-
gen , die gedurig zien het tooneel des verdervenden
oorlogs geopend in hun land. Hunne goederen wor-
den geroofd, hunne huizen verwoest; zij worden
gedrukt door zware Jchattingen, die hen dompelen
in de grootfte elleuden. De latidmau kan zijne landen