Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page

Fianfchen zijn zeer gedienftig, zelfs voor vreemde-
lingen.
12. Hij heeft zich met hem verdragen op voordeli»
ge voorwaarden. Men gaf my een beveiligend ant-
woord. De Italianen zijn' wraakgierig. Alle men*
fchen zijn (lerfelijk. Dezielis onfterfelijk. Tijdelijkegoe«
deren zijn vergankelijk. De eeuwigdurende beweging
Is nog niet gevonden. Dergelijke zaken zijn hier nooit
gebeurd. De Hollanders hebben behaald eene volko»
men overwinning op Doggersbank. Hij maakte mij
etne lange rede. Ik vond hem in zijne kamer met
eene lange pijp in de hand en eene fljs wijn op tafel.
Een verrtandig vorst (laat een gunftig oog op de nut-
tige kunflen, en zij bloeijen; hij befchermt de we-
tenfchappen, en zij groeijer. Hij vergeldt den erva-
ren landbouwer, en den vernuftigen kunllenaar. Hij
vereert den koopman met zijne gunst, laat magtige
fchepen bouwen, opent bevaarbare (Iroomen, en
legt havens aan tot genoegzame veiligheid. De Hol-
landers zijn niet zeer oploopcnd; zij beminnen den
koophandel, die hun vaderland magtig heeft gemaakt ^
men vindt hen nooit werkeloos; maar in tegendeel, dé
grooten , zoo wel als de kleinen, zijn altijd meteenig
werk bezig.
13. Geeft mij mijnen mantel, het regent. Vele
tnenlchen dragen des winters gevoerde mantels.
Die Jufvrouw fpeelt met baren waaijer. De waaijers
zijn van een goed gebruik in heete landen- Mijn
heer N. heeft een fraai paard gekocht. De Hongaar-
fche paarden zijn klein. Door arbeid wint de land-
man zijn brood. De twaalf werken van Herkules.
Ten tijde van den admiraal de Ruiter vielen er Vele
bloedige zeeflagen voor. De onderdanen van een
wijs, deugdzaam , regtvaardig, goedertieren vorst
aijn getrouw en ilandvastig, em zijne goede zaak te