Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^^ g
met Jan hagel, in plaats van met eerlijke lieden te
verkeeren. De meid is in de vleeschhal geweest, om
vleesch te koopen. Jufvrouw la Porte verkoopt linnen
en wolle. Men kan geen brood ontberen, gelijk men
wijn kan doen. Zijt gij wel voorzien van vleesch ?
9. Goud in ftof is niet ligt te kennen. Verftand is
. niet genoeg om te vorderen. Overleg is niet het ge-
rijigfte inkomen jn een huisgezien. Die vrouw heeft
veel verftaflds. Daar is verloren een gouden horolo-
gie. Ik heb ontleend geld van mijnen buurman en
het weer geleend aan mijnen zwager. Mijn broeder
heeft mij dukaten gegeven, en ik had liever gouden
louizen gehad. Pieter heeft altijd de zakken vol geld.
Appelen en peren zijn herfst-vruchten. Wij hebben
appelen gegeten, die zeer finakelijk waren. Gij wilt
geen noten eten, omdat zij ongezond zyn. Gij
ftelt pruimen boven kerfen. Wy hebben dit jaar wei-
nig abrikozen gehad. Daar zijn meer appelen dan
peren. Zedige onkundigen zijn verdragelijker dan
trotfche geleerden. De verflandige lieden maken zich
ongelukkig. Verflandige lieden maken zich ongeluk-
kig. Lieden van verfland maken zich ongelukkig.
Wraakzuchtige menfchen worden gevreesd, en juist
daarom gehaat. Bedrukte zielen zijn niet bekwaam
tot edele ondernemingen. Snapachtige lieden zijn ee-
ne plaag der maatfchappij.
Over de zelffiandige en toevoegelijke Namen.
10. Een goed vorst wordt bemind van de onderda-
ren. Wijze menfchen mijden te bedrijven zotte da*
den. Gehoorzame kinderen doen hetgeen men hun
beveelt. Een betamelijk gedrag is het grootde fie-
iraad der wijsheid. De naarflige hand velt het gebrek
ter neder. Een deugdzame nayver wekt dea geest