Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
breede laan van hoogopgeschoten^* berkenboomen voerde
er henen, zilveren kinderen van manenschijn en nevelen,
dunbloedige,^® fijne schoonheden van 't noorden, die van
een warmer vaderland droomen, waar zij toch niet zouden
aarden.De massieve, steenen kerk troonde^' plechtig te
midden der graven, want zij had hier nog niet vergeten,
dat zij aan broeder Dood haar macht en haar leven dankt."®
Het edele paar steunde elkander getrouwelijk. De kerk had
haren bondgenoot een' akker gegeven, de dood noemde
die gaarde uit beleefdheid hof der kerk. In de kerk hing
het beeld van den Dood, die van zijn' kant genadig recht
aan hare zonen beloofde, 't Is een zonderling®" beeld dat
tegen den kalen,®' witten muur onder het spitsbooggewelf
van het middenschip is bevestigd.Boven het gordijn, waar-
op de naam van een eertijds®® bekend thans volkomen®*
vergeten gemeentelid is geschilderd, staat een grillige®® ge-
daante, half vleesch en been, half geraamte met een' krans
van rozen om de slapen en een' kelk benevens een' open-
geslagen bijbel aan de voeten, üp 't hoofd draagt dit fan-
tastisch wezen een' aardbol waaromheen®® een slang zich
kronkelt en waarop®® een Christusbeeld troont. Behalve dit
praalgraf, een predikstoel waarop®® een gouden zon flikkert
en een vuurrood altaar waarboven®® een schilderij van 't
Avondmaal hangt, bevat de kerk geenerlei sieraad. De stee-
nen vloer, de houten banken, de grauwe muren, alles is
even ruw, lomp en nuchter.-''®
bünnblütig ögl. 6tu= " md^t bnS Sompofi^^ greU.
tig. _5Sgt. tonig unb turn. ^rapofition mit bem
=tömg müt{)ig unb eigen. SJclatiopronomen.
=mütl)ig. '' nacft. »boben. Somp. ®gl.
occlimotifieren. mortlic^. ber unb bie ^lur.
" roörtlich. e^ebem. primitio.
Berbonfen. " Böüig.