Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
droefgeestigen glimlach, die doorbreken wil, en een' ent-
spannenden tranenvloed, dien het moeilijk weerhouden kan.
Effen«, grauw en onbeweeglijk hing het wolkenfloers laag
op de aarde neer' en verborg den blauwen hemel, de verre®,
groene wouden en de roode huizen achter hetzelfde vale
nevelen-gordijn.® Kalm, een spiegel gelijk, lag'" het breede
Siljan-meer te" mijmeren en weerkaatste" in zijn droe-
vige overpeinzingen des hemels somber grijze tint.'' Plech-
tige stilte beheerschte''' water en land. Reeds waren er"
enkele droppels gevallen eu de benauwde atmosfeer voor-
spelde er"' meer, wanneer de zon het bedrukte uitspansel
niet spoedig tot vroolijker gedachten wist te brengen, maar
die weinigen-hadden niet eens het stoffige kreupelhout ver-
frischt en de sentimenteele laryx vergat de verdwaalde tra-
nen afteschudden, die als diamanten in zijn bleekgroen loover
blonken. De huizen waren gesloten en de weinige voorbij-
gangers, die zich op de eenzame wegen vertoonden, schre-
den zwijgend en nauw hoorbaar over den zandigen bodem
heen." Geen zuchtje" trilde" door het gebladerte heen,
geen vogel verhief zijn stem, geen lelie in die kleine tuintjes
knikte ook maar even met het blanke hoofd. Alles zweeg,
als ware het stervensuur der natuur geslagen, als zou de we-
reld uit niets ontstaan,aanstonds tot niets terugkeeren en
er'^ niemand overblijven om te vragen: waartoe heeft al
dat mooi's gediend ?»*
Daar galmden de eerste, loodzware tonen uit den klok-
ketoren en riepen de geloovigen uit den omtrek naar^^
het^'^ Godshuis^® samen.
Vlak tegenover de gästgifvaregarden lag de kerk. Een
^articip. ^:praj. jäufeln.
gärbung.
lag über,
nic^t überfe^en.
^ron. bemonft.
bo^in.
Süft(i§en.
einfarbig,
herunter,
entfernt,
»gl. »or^ang
©arbine.
" log ba.
' unb.
u.
14
15
IG
17
18
3tttrib.
ba fein,
äum.
uneigentl.
menfe^ung.
hinaufgehen.