Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
onversc hillig woü heeten, — hij had zich in een baloorige®"
bui®" aan®i laten monsteren,®' en dat was toch beter dan
hier een kink®® in den kabel®® te brengen,®® al had zijn
oude moeder er ook haar kostwinner®® bij verloren.
Dat was een plechtig oogenblik. Er blonk een traan in
Geertes mooie oogen ; maar toen Jasper de magere vingers
der oude in zijn groote handen drukte onder den uitroep :
»arm zijn we hier allemaal, maar gij zult geen gebrek lijden
zoolang wij nog brood hebben;" toen helderde haar gelaat
weer op, en werd®'' een huwelijk voltrokken met vreugde
in aller harte.
Wat zoete begoocheling ! — Waarom moest dat geweer-
schot, ginds in de verte, daar plotseling een einde aan
maken? Want, eerlijk gezegd, we schrikten er van op.-®
Wanneer men zich, na een vermoeiende wandeling in het
duin, eindelijk op®® een gemakkelijk plaatsje heeft neer-
gelegd,®'' om, met (o.) het oog op één punt gevestigd, het
spel der verbeelding vrijen®" teugel te vieren,®® is men ook
niet op zoo'n ruwe wijze van ontwaken voorbereid.
Wat mijn vriend had beziggehouden, weet ik niet; maar
mijn oog was onwillekeurig gevallen op het kerkje en on-
willekeurig ook begon ik het in gedachten te stoffeeren®"
met het groepje van zooeven.
Hoe kon het ook bijna anders ? Die jonge moeder met
haar spelend kind, die daar op dat vruchtbaar plekje, aan
den duinvoet®' beneden ons, aan den arbeid was; dat
vlugge®® zwaluwpaar, dat maar trouw af®® en aan®® in die
oude schuur vloog, die teedere mosplantjes met hun nog
teederder straalbloempjes,®^ — dat alles ademde liefde.
Te midden van dat vredig tooneeltje vormde dat onver-
3lugenbli(f ber 35cr= eS warb. ouëftatten.
jraeiflung. " jufamnien. tein gompofit.
geuren. an. ^^ munter.
" ^ier fit^ in ben SSJeg " nieberlaffen. '' nu8 unb ein.
legen. " 3lrtitel. luörtlic^.
" (gvna^rer. " fdjiepen taffen.