Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
spreken heeft geëindigd en zijn klerk beginnen kan, —
wordt aangediend® de heer Blankert, die den heer Rumler
afzonderlijk wenscht te spreken.
De heer Rumler wrijft zich met de blanke, aristocratische
hand over (o.) het hooge, effen voorhoofd, een zacht ïAh!"
ontglipt® hem en hij geeft den bediende last' te zeggen,
dat hij oogenblikkelijk bij meneer zal komen. Met een sta-
stige buiging® voor zijn bezoeker treedt de heer Rumler
kort daarop de® spreekkamer binnen.®
— Heb ik de eer den zoon van meneer Blankert van
Everswoud te zien, — vangt hij het onderhoud aan.
De heer Blankert gaf den heer Rumler de verzekering,
dat hij juist had ondersteld'" en ontvouwde daarop de reden
van zijn bezoek. Hij wenschte van den heer Rumler, die
indertijd" de boerderij van Bay had verkocht, te weten,
wie de kooper'^^ van die boerderij'® was geweest. Want
het vermoeden was bij hem versterkt, dat zijn vader die
boerderij nimmer gekocht had, daar hij op gevonden sta-
ten'* van zijns vaders bezittingen uit dien tijd van gezegde
boerderij niet het minste gewag" vond gemaakt.'®
De heer Rumler haastte'® zich zulks te onderzoeken en
zag zich welhaast in staat gesteld, zijn bezoeker mee te
deelen, dat gezegde boerderij was aangekocht door den heer
Gilles Buts, — rentmeester" van den heer Blankert van
Everswoud.
— Voor mijn vader of voor zich zelf? —vroeg Blankert
haastig.
— De boerderij staat'® op den naam van den heer Gilles
Buts, — antwoordde de notaris bedaard.
— 'tKan u vreemd" voorkomen," dat ik daarnaar zoo
^ anmclben. ric^tig fein). fid^ beeilen.
" cntfd^lüpfen. " feincr ^eit. " SSeriüatter (^rotti=
' auftrag. Intöufer. fant).
" SJcrbcugung. " Saucrngehöft. " cingetrogen fein.
" jitm — Ijinein. '* ÜDotumente. " befrcmben.
®oraitêfc§ung (mit criüiihnen mit @en.