Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
BS
46
toch in eenen onverstaanbaren warhoop samenliepen, die
nog door enkele krachtige^® kreten en het levenmakende^^
ratelen der rolwagens, welke over het asphalt schoven, en zoo
de menigte verdeelden, overstemd werd.
In het gewemel^® der reizigers, die naar den uitgang
stroomden,'^® maakten zich nu enkelen in tegenovergestelde
richting baan en wel met een zekere haast, die zelfs de meest
vermoeiden^'' van de reis^' en de met^* het grootste ver-
langen^® wegijlenden, verwonderen moest. Een man van de
veiligheidswacht, een condukteur en een paar pakdragers, die
hij geroepen^® had, volgden elkaar spoedig. Bijna onmidde-
lijk daarna verscheen ook een hooger beambte. Zij maakten
zich met een®" kort verzoek, hetwelk als een'" bevel klonk,
baan door de dringende menigte.
" ^eftig. '''' öerïurjter Oorgefteü» fe^nfü^tigft.
" poltern. ter Sïebenfo^. " ^erbetrufen.
^^ ©eioirr. 9teifemübefter. onvertaald.
Het bezoek bij eeu schelm.
De notaris Rumler was een bejaard kaalhoofdig' heer,
met hoofsche manieren en een gouden bril op zijn neus.
Zijn kantoor was eenvoudig, maar ruim en luchtig. Hier
bracht hij bijna iederen dag sinds jaren vele nren door,
want hij had het zeer druk. Ook thans bevindt hij zich te
dezer plaatse. Hij neemt juist zijn gouden bril even af, om
zijne oogen eenige rust te gunnen na het doorlezen van een
fijn geschreven acte, of iets van dien aard waarschijnlijk.
Terwijl hij naar aanleiding'-^ van het gelezene, met een aan-
genaam beschaafd stemgeluid eenige vragen richt tot een
zijner klerken en onder' de hand® met een fijnen zijden
foulard de glazen van zijn bril van ieder stofje reinigt en juist
met (o.) het hoofd geknikt^ heeft, ten teeken, dat hij met
' bortjiiuptig. ® unterbeffen. * neigen.
^ imatnfc^tuffeanbaê.