Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
--MB
43
eeuwige vloek is uitgesproken, dan een bewaarplaats® van
rijkdommen, een bron van genot.® Zeker is 't nooit iemand
in 't hoofd gekomen, hier voor genoegente gaan wonen,''
maar toen pest en cholera door'^ Zwedens velden en ste-
den ronddwaalden,'2 vluchtten velen herwaarts'® en vond
zelfs de hooge'* slotbewoner uit Stockholm Faluns verstik-
kenden walm' ^ in 't geheel niet onaangenaam voor zijn
vorstelijke longen.
Toen de stad aan 'tgezicht'® onttogen"' was, begon de
streek een liefelijker aanzien te krijgen.'® De wei- en bouw-
landen werden afgewisseld door'® dichte bosschen. Nu eens
liep2' de weg tegen een hoogte op'^' om straks^^ een zon-
nig vergezicht over een welvarende'^® landstreek te openen
waar menige boerderij'^* met vruchtboomen omgeven uit de
vruchtbare akkers oprees, waar flinke paarden de volge-
laden wagens door de diepe rijslagen'-^® sleepten, waar bonte
koeien in de frissche, groene velden graasden^'' en allerwege
bedrijvigheid heerschte ; dan weer'^" hobbelden^® wij in de
koele schaduwen van een hoog en dicht mastwoud voort,
waar de langzaam aanwassende''^® bevolking nog geen be-
slag®" op den grond had gelegd®" en de heldere meeren
zoo rustig en eenzaam tusschen donker dennenloof door-
blonken. Hier gleden wij over een' rotsigen®' bodem ge-
8 man beai^te bie IC Slicf. 25 baë ®ach empor=
pofitionen. 17 wörtlich. hob.
9 ïïufhete« alê er= 18 mor bie @egcnb 2(i 9ïei«fch eilen, 9tetfig.
fte« ®Iieb bes freunblicher anju» 27 meiben.
(Sompof. fdjauen. 23 fchauteln.
10 JU feinem SSergnü= 19 tnechfelten ab . . , 29 madjfen.
gen. mit. 30 33efig ergreifen
11 fi^ anfiebeïn, ju 20 balb — balb mit ®enit.
ttiohnen. 21 leitete. .. hinauf. 31 felfig = öon 9ïa=
11 heimfudjen. 2J hernad). tur auê (^elê be=
13 herüber. 23 mohthabenb, blü= ftehenb. S3ergl. fcl^
14 öornehm. 24 henb. fidjt = ooHer ^flj'
15 Cuatm. ©ehöft. bliide.