Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
blik geeuwens^^ zijn zeer verdachte lokken tegen uwe schou-
ders aanteleggen.
" 'SPerjonalconftruction.
Oefeningen over tiet bijwoord.
angefid^tê, met het oog op. na^e brnn fein, op het punt
überquer, overdwars. staan.
5um SSorfd^ein, te voorschijn. nebenan, hiernaast,
in ber jmölften ©tunbe, te elf- fobann, vervolgens.
der ure. bermafeinft, eens.
junöc^ft, ten eerste. ^art, dichtbij,
nimmermeer, nooit. auf bem Saufenben, op de
,jut)or, vooraf. hoogte,
^üben unb brüben, aan deze en linfer^anb, links.
gene zijde. f^iejjüc^, enblic^, eindelgk.
Dalanie.
Ondanks haar roode, houten' huisjes,' maakte de stad
met haar zwart doornevelden^ dampkring en haar rookende,
verkoolde, woeste omgeving een' treurigen indruk. Zoodra
de laatste woonhuizen achter den rug waren, begon de weg
tusschen en over grauwe® heuvels van slakken en erts lang-
zaam te stijgen en klom,® allengs kronkelend* door®* dichte
wolken van zwavel- en koperdampen over eene treurige
woestenij heen,®* de omringende hoogten op,® vanwaar men
een' blik terugwerpen kon op dit somber,® eeuwig omfloers-
de voorportaal van de onderaardsche schatkamers, dat meer
een hoekje uit den Inferno gelijkt, een oord'^ waarover een
' ioeber „eöl5ern"noc^ ® nebelgrau, af^en= genben §üge(rt
„^oljéauë^en" grau. ^inauf.
fonbern Sretter^ * fi^ fe^töngetn. burc^.. . ^inburd^.
^äuSd)en. ® ju ben ringêum (ie= " trübe, g(anj(og.
^ benebelt, umnebelt. ^ ®egenb.