Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Voor hen stond een ernstige ®® verschijning. Het was een
jongeling met strenge blikken. Zijn wit gewaad vielinbreede
plooien af en bedekte zijn voeten. In zijn rechterhand hield
hij het zwaard der gerechtigheid, op zijn lange, gouden lok-
ken droeg hij een kroon, waarin de sterren des hemels glin-
sterden. Zijn stem klonk streng en bestraffend :
»Omdat gij®® geluisterd hebt naar de verleiding des Boo-
zen en gedaan hebt, wat niet goed is in de oogen des Goe-
den, zoo zij uw drank vervloekt. Hij is vermengd met den
traan der smarte en vele tranen der smarte zullen zich nog
daarmede®^ vermengen.®® En uw akker zij vervloekt, omdat
gij genomen hebt van den overvloed uit halmen met zeven
aren. De aarde zal ze niet meer schenken."
Het licht verdween en daarmede®® de verschijning.
Alles was stil. In de verte hoorde men nog den akeligen
lach van den vreemdeling met den langen rooden mantel.
»Wat zullen wij doen ?" vroeg de vrouw, toen zij het laat-
ste meel verbruikte, »wij hebben geen oogst^** binnenge-
haald,de akker is kaal en ledig, zullen wij leven of
sterven ?"
»Leven zullen wij," hernam de boer, »ik zal mijn ge-
heim ruilen tegen graan, en wij zullen eten."
En hij maakte zich op weg naar de boeren, die eens
zijn gasten waren geweest, en ruilde zijn geheim tegen koren
met halmen van zeven aren.
Dat alles is nu al lang geleden. Het geheim is van den
een op den ander overgegaan en nu over de wereld ver-
spreid. Men neemt nog altijd het graan van den akker om
een drank te bereiden, die vroolijkheid wekt, en tallooze
tranen der smarte vermengen er®® zich mede®®— want hij
is gevloekt.
SJgl.ernft^aft, ern[t=brein. «Prejjofit. mit 9ie=
unb ernft. «« 339!. mifc^en unb latio.
"" jmeite ^erfon '^Iw mengen. ^^ ©etreibe einernten,
ral.