Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
»Kom," zei de vreemdeling, en hij lachte afschuwelijk,
»drink en wees vroolijk. Ik zal u drank leeren bereiden,
en ge zult met winst het graan van®* anderen®* daarvoor
inruilen. Hebben niet allen den drank heerlijk®® gevonden?"
' Dat®® hebben®® zij,®® en dat is misschien mijn eenige uit-
komst."®''
Zij plukten de halmen, die nog waren blijven*® staan,
traden op het huis toe, en de vreemdeling was spoedig met
zijn kunststuk gereed. Hij vertelde den boer zijn geheim,
en leerde, hoe hij uit het graan den drank kon bereiden,,
die vroolijkheid wekt. Alles ging uitmuntend en binnen een
uur kende de boer het ook.
»Nu moest gij het eens probeeren®®," zei de vreemdeling,
»en dan zullen wij dit glas ten afscheid drinken."
Spoedig was het gereed en hij reikte het glas den vreem-
deling over om den inhoud te probeeren.®®
»"Voortreffelijk!" klonk het oordeel, »proeft' en probeei ®®
ook eens."
De boer nam het glas en bood het zijn vrouw aan.
Met bevende handen hield zij het vast. Zij kon niet drin-
ken, eene groote traan biggelde haar langs de wangen en
viel in het vocht.
Een blauwe vlam steeg uit den beker op, grooter en groo-
ter werd zij,®" totdat zij overging in een zachtroode schemer.
Toen volgden ratelende donderslagen.
Eindelijk was alles stil, het schelle licht, dat nu en dan®'
verblindend flikkerde, hield op,®^ en zij durfde®® weer om
zich heen zien.
De vreemdeling met den langen rooden mantel was ver-
dwenen , ver op den weg hoorden zij zijn afschuwelijk
lachen.®*
^^ (Senit. öon „anbere tjerfu^en. a6 unb ju.
Seute," prüfen. erlofc^.
töfttidh. „biefelbe" mit regele waagde het.
bo^. rechter SBortfü- ©etiichter.
luêtunftëmittel, gung.
56