Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
»Dat hoort er zoo bijwas het antwoord.
Nu was het glas leeg. Ze zagen elkander!^« lachend aan,
Tcnepen de oogen dicht of tastten^" naar hunne'' hoofden,
omdat ze daar zoo iets wonderlijks voelden. Toen^^ begon
de boer een liedje te zingen.
»Dat is een goede drank," begon de vrouw, »ik geloof,
dat hij vroolijkheid wekt. Ik heb mijn man nog nooit zoo
gezien."
>Nog een glas?" vleide de vreemdeling. En zoodrahad
hij het antwoord niet®® verstaan, of'* hij wipte weer den weg
over naar den akker, plukte een armvol halmen en begon'
zijn kunststukje opnieuw te vertoonen.'®
In een oogenblik" stond de beker weer gevuld op tafel.
Zij dronken, ze lachten , ze zongen en jubelden en lang
nog nadat de vreemdeling vertrokken was , zat de boer met
het glas in de hand tegen®® zijn vrouw te knikkebollen'®,
die met'" de armen boven haar hoofd zwaaide en eindelijk
van vermoeidheid op de tafel in slaap viel.
Zoo ging het avond aan avond. Er kwam geen einde
aan het gezang en gejubel.'®" Langzamerhand was^® het in
den omtrek*' bekend*'^ geworden*^ en van heinde en verre
kwamen de boeren om ook eens van'« den wonderlijken
drank te proeven.^'
Dat was een leven. Hand aan hand dansten zij in groote
kringen over den weg. De vreemdeling met den langen
rooden mantel en de wapperende veer danste lustig mee
en zijn akelige^ lach klonk^' boven^' alles uit*'.
Ons boertje was zoo lustig en zoo vroolijk en had** het
®aê ift ©itte. On " ?trtifeIim(Singu(ar. fopfnidenb gegenü=
ftubcntif^en Sret= ^^ ®ann, barouf. für. ber.
fen iBürbe eê tjeU " nic^t fo batb. "" ®eë.....murbe
i?cn: „baëiftdom^ „alS"mtt umgefteH» tein gnbe.
ment" ober „com= tem ^eitloort. ^ïat^borfc^aft.
mentma§tg." vertoonde. öerlauten.
reflejriö. ui^t überfegett. *' überftimmen.
griffen fic!^. im gefci^aftig bebienen.