Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
»Ik had ook gaarne wat anders," zei de^ boer, »iets,
waarin® wat* meer smaak en geur was®."
»Zoo!" zei de vreemdeHng, en hij trok hoog® zijn wenk-
brauwen op" , waardoor zijn gezicht iets hatelijks'^ kreeg.
»Willen wij eens een aardigheid® hebben®, het is louter een
grapi". Ik kan uit kuren een smakelijk^' drankjemaken,
dat u wel zal voldoen."i®
»Gij zijt een duivelskunstenaar,"!^ lachte de boer, »hoe
heet ge toch?"
»Dat hebt ge daar juist gezegd", antwoordde de vreem-
deling, »maar kom aan, nu het kunstje."i®
Hij wipte den weg over naar den akker, plukte eenige
halmen met volle aren af, drukte de korrels er zeer behen-
dig'" uit en voor de boer alles had kunnen nagaan, hoe
het in zijn werk gingi'', stond de beker met den wonder-
lijken drank op tafel.
»Drink ," zei de vreemdeling.
De boer zette even zijne lippen aan den rand , kneep de
oogen toe en zette*® den beker weer op tafel.
»Dat is sterk", zei hij , en hij wreef de tranen weg, die
de ongewone prikkeling'" hem uit de oogen perste.
»Kom'^" aan'^"zei de vrouw, »laat mij ook eens proe-
ve„."2i
De vreemdeling reikte^^ haar het glas. »Gezondheid ï"'^®
zei hij en maakte een sierlijke'^* buiging.'^®
»Waarom' zegt ge dat?" vroeg^' de boer, terwijl zijn
vrouw dronk.
® roo. lï ©ctranf. 21 ïoften.
^ ni^t üDerf. 13 gefoücn. 22 barreici^en.
brnn ift. 14 ÏQujenbfünftler. 23 ^rofit.
" in bie 15 ^unftftütf. 24 grojiö«.
'' boê^aft, matitiöê. le gcfc^icft. 25 S3erbcugung.
° ©iimm^eit. 17 5ugel)en. 26 moju.
" inad)en. 18 fteflen. 27 „fragen" iftf^ffioc^
19 bn8 ^rideln.
" fdjmacf^aft. iO bu.
mm