Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
die dorre stokken, die nu van loof ontbloot en altijd stijt
in rij en gelid gerangschikt zijn, vormen eene stekelachtige"
oppervlakte, waarvan de nuchtere regelmaat het oog niet
aangenaami^ aandoeti^. Hier en daar zagen wij evenwel
nog een amandel- en een perzikboompje en menigen vroe-
gen kersenstam met sneeuwwitte of roodachtige bloesems
eri® overi® uitgeschud^' ; ja zelfs in het nauwere gedeelte
van den Rijnloop, tusschen de bergkloven, hing dikwijls aan
de kale door de wijnstokken ontsierde^^ rotswanden en
terrassen zulk een kind der lente, dat schoone verwachtin-
geniä^ voort toekomst in ons wekte.
Niet altijd dus droomden wij van den eeuwigen zomer der
palmenlanden. Wij zaten uren lang op het dek^''en blikten
in de groene, thans bij het lage water, werkelijk verkwik-
kende groene golven van den Rijn; wij verkwikteni« ons, aan
den rijken wijnoêver, aan de vani» verrei' uitnoodigende
gebouwen van de abdij Johannisberg, aan het gezicht van
den romantischen muizentoren en aan de tegen hem over
liggende burcht Ehrenfels.
De bergen van het Nederwoud wierpen een diepe scha-
duw op het effene, spiegelgladde bekken van den stroom
en uit deze schaduw stak^", door eenen toevalligen zonne-
straal verlicht Hatto's witten toren, en de klippen, langs^*
welke de stroom naar beneden ruischt, braken hem schil-
derachtig schoon. De Nahe met hare koene brug, en de
burcht aan haren oever, gleed zacht langs^i de muren van
Bingen naar beneden en de groote^^ waterstroomen des
Rijns stortten haar tegemoet^® en vingen haar als (o) met
de armen^' op.
" „fta^elic^t" ttjetl ber.^Öffnung. au.
aboerMate Segriff ouf. " möt^tig.
Oor^errjc^t. " SSerbecf. " i^rer Umarmung
n)o^ttï)un. fid) meiben. entgegen,
überftfiütten. au8 ber gerne fier.
11 * 90
oerunjieren. " ragen.