Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Toch is hij nu een groot heer onder zijne kennissen, om-
dat hij alle dagen in een restaurant kan eten, en omdat hij,
aan hunne kinderen op verjaardagen een klein geschenk*
kan geven. Zij benijden»^ hem zijne vrijheid en benijden
hem zijn geld; hij benijdt hun de zorgende»^ hand, die-
eiken dag het eten bereidt en nu en dan** voor een lie-
velingskost-® zorgt, hij benijdt hun de beminde lippen, die
eiken ochtend om een' morgenkus vragen.
Dat alles vertelde de kleine, magere man toen hij naar
het zwerk keek en bij toeval ook den vreemdeling bemerkte.
Wij groetten beide, ik geloof dat wij elkander begrepen, en
toen de reiziger naar beneden ging in een' restaurant, waar
het tafellaken een paar vlakken minder telde en de knecht
een paar duim dieper neerboog*® dan aan den overkant,
toen hij op een langer stuk papier staarde waarin geen,
kreukels*'' waren, toen bestelde ook hij hetzelfde als gisteren
en hetzelfde als eergisteren.
3Ingc6inbe. @ine forgenb. fic^ »erbcugcn.
fteine SSefc^eerung ^^ trieber ein» " ^ïnitter.
machen.
" beneiben i^n urn.
mat.
Seibeffen, ?eib[peife.
|?tliict Söije in ineldjen folgcnöe ^usbriidic eine iljuen })nf]fenïie
^nnienïiuiig finben.
SSermahrnng einlegen, protestee-
ren.
Sin guteê SBort einlegen, doen.
3üge einlegen in einen ga^rptan,
extra-treinen laten loepen,
einfchmörjen, binnensmokkelen,
»ergraben, begraven,
eingeben (atê ©egenfag jn „aut=
ge^en). a. »on (èemöchfen.
(doodgaan), b. Oon einem
©efdjöft, ophouden (dood-
gaan). c. Oon einer ^eitfc^rift,
ophouden (doodgaan), d. Don
3eug, (krimpen), e. oon ©tte=
fetn, inloopen.
ÜJJeu^etmorb (3.) ertiegen, door
sluipmoord om 't leven ko-
men.
©chminbfud^t (3.) unterliegen, be-
zwijken,
©nem bie Slbfic^t unterlegen, toe-
schreven.