Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
eenig blijk van gastvrijheid, dat de stad hem tot nu toe gaf.
Zware droppels tikken'^ op zijn' hoed en als laatste toe-
vluchtsoord blijft er"® niet veel anders over dan het kleine
hótelkamertje optezoeken, dat hij voor een paar nachten
heeft afgehuurd, en waarin hij waarschijnlijk de nachtrust
zal kunnen genieten, als zijne buren niet al te luidruchtig'^
zijn. 't Is zeer klein dat hótelkamertje en benauwd." 't Ruikt
er zoo duf,'" alsof in een paar weken het venster niet ware
open geweest. Onmogelijk is die onderstelling niet. Het huis-
raad is er ongezellig aangebracht. De tafel, het bed, de
waschtafel, een kapstok en twee stoelen, alles even grauw
en onoogelijk®" zijn met een al te schilderachtige losheid
hier en daar neergesmakt.®' De flicka brengt licht en gaat
zwijgend henen. Om wat frissche lucht te krijgen opent de
reiziger het venster, en kijkt naar buiten in de nauwe straat.
De regen valt kalm en gestadig neer, de goten®® tikken hoe
langer hoe sneller, aan weerszijden der straat vliet reeds een
snelle beek , en het getal voorbijgangers vermindert ieder
oogenblik. ®
Aan den overkant schijnt een restaurant te wezen, ten
minste voor een paar vensters ziet men kleine tafels met
viezige®* servetten bedekt, waarop mandjes met brood en
glaasjes met tandenstokers staan. Het licht is nog niet op-
gestoken ; 'tis welUcht nuttig daar®'- niet duidelijk te kun-
nen zien. Een kleine, magere man gaat aan een der tafeltjes
zitten, spreidt^« een der vlekkerige servetjes over zijne
knieën uit, en staart peinzend op een gekreukt®'stuk papier,
dat een spijskaart moet voorstellen. Eindelijk bestelt hij iets :
zeker hetzelfde als gisteren, hetzelfde als eergisteren, het-
(jiden, ttatfd^en. aboerbiate Begriff unappetitü^.
®atiö bcS3;nteref= üor^errfc^t). (gê ^at üieaeic^t
fcê. ^^ unf(^eintiar. feinen ^fugen.
" türmen. ^ingeraorfen. " breiten.
fc^müt. " aeinnc. (blief. " fdjvumpfig, tnitte-
" moberidjt (hieil ber mit jebem Sïugen» rig.