Boekgegevens
Titel: Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Auteur: Wesseldijk, G.
Uitgave: Harlem: W.C. de Graaff, ca. 1884 *
2. Aufl; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9503
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202352
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Proza (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sammlung holländischer Prosastücke zum Übersetzen ins Deutsche: nebst Uebungen für die oberen Klassen höherer Lehranstalten
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
mannen en met zijn^« veertiende jaar werd hij schildknaap
en ontving den degen ten voortdurend gebruik. Niet op het
slot des vaders, maar op dat eens anderen, voornamen rid-
ders bracht^8 (jg leerling den leertijd dooris ; m verkeer
met meer knapen^' van zijn leeftijd^' leerde®" hij de rid-
derlijke manieren, 3' de hoffelijkheid, terwijP^ hij leerde
gehoorzamen, doordat hij de dames des huizes diende en
hen aangenaam trachtte®® te zijn en zich in het besturen®*
van het paard en in den wapenhandel®® oefende.
»erbringen. '' (5:omfiojitnm(®ing) Leitung.
" Kterëgenoffe. inbem. Sü^rung ber 2Baf.
fit^ bitben ju. " fuc^en. fen.
Searbeitet nad^ nac^fte^enbem SWnfter einige ftorten Serben, bie
i^r euc^ mäklet, 5. S. ^eben, trinfen, fe^en, fteüen, finben, fe^en,
treten, fc^ïagen, fahren, galten, bringen.
Bildet Siiljc mit ben folgentien Jüörterit, gcljöienb 511
bcm Stnmin uon „trogen."
ertragen, verdragen (moral.) Srtrag, opbrengst,
»ertragen, verdragen (phys.); eene overeenkomst sluiten; Sßer»
trag, vérdrag.
antragen, aandragen ; voorstel doen; ïlntrag, voorstel,
auftragen, tafeldekken; opdragen; kleuren d. i. overdrijven
j. S. JU ftarf ouftragen, ber Stuftrag, opdracht, boodschap,
eintragen, opbrengen; Sintrag t^un, erleiben, schade doen, lijden,
übertrogen, overdragen, Überträgen overdoen , vertalen, trans-
poneeren , bie Uebertragung , overdracht, übertragene Sebeu»
tung , overdrachtelijke beteekenis refl. te zwaar beladen zijn
(Bon Säumen).
Bortragen, voordragen, bet 53ortrag, de voordracht,
»orantragen (3) voor (iemand) uitdragen.
3tt)if^entrager, aanbrenger; »trägerei.
na^tragen nadragen, (in) bijvoegen. Sïad^trag, toevoegsel, nac^»
traglic^, bij wijze van toevoegsel,
nachtragen (3) nahouden (iemand iets),
beitragen, bijdragen. Seitrag, bijdrage.