Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
5
19. B en C drijven gezamenlijk handel. C legt f 500 meer
in dan B. Van de winst, groot / 210, krijgt B / 90.
Hoe groot is zijn inleg?
20. Van eene opgaande deeling staat de deeler tot het deel-
tal als 1 tot 15. Als ze 168 verschillen, welk is dan
het deeltal?
§ 2.
1. Een kapitaal stond 2 jaar uit tegen 4®/o's jaars, interest
op interest. Als het toen tot f 2704 was aangegroeid,
hoe groot was het dan eerst ?
2. Dertig koeien komen 6 maanden toe met 150000 halve
Kilo's hooi. Hoelang zullen 45 koeien toekomen met
75000 halve Kilo's?
3. Twintig HL graan werd verkocht voor ƒ180. Als de winst
Vi7 van den inkoop bedroeg, bereken dan eens den
inkoopsprijs per HL.
4. Iemand leent eene geldsom uit voor één jaar en ont-
vangt na dien tijd IVjg maal die som terug. Tegen
hoevel percent leende hij uit?
5. Eene partij werd gekocht met 6V4®/o tarra tegen /0,96
de KG netto. Als er voor contante betaling 2V2V0
werd toegestaan en de geheele korting / 18 bedroeg,
bereken dan het bruto-gewicht der partij.
6. Een leerling deelt een getal door 12. Later deelt hij
hetzelfde getal door 18. Wanneer het eerste quotient
24 grooter is dan het tweede, welk is dan het getal ?
7. Als Jan 1 2 knikkers aan Hendrik geeft, hebben zij even-
veel. Samen bezitten ze 168 knikkers. Hoeveel knik-
kers heeft iedere jongen ?