Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
4
KG bij verkoop kost. Hoeveel bedraagt de verkoop
per KG.
9. Als een snees eieren 14 stuivers kost, hoeveel centen
kosten dan 4 eieren? Waarom zou dat zoo zijn ?
(1 snees = 5X4 eieren en 14 stuiver = 5 X 14 ct!)
10. Eén snees eieren kost 18 stuivers; hoe duur zijn nu 4
eieren ?
11. Herleid---
12. Verkoopt een winkelier eene partij rijst voor f 0,11
per KG, dan verliest hij / 1,50; verkoopt hij ze tegen
ƒ 0,14 per KG, dan wint hij ƒ 3.—. Uit hoeveel KG
bestaat de partij ?
13. Een vader en zijn zoon zullen over 10 jaar samen 80
jaar oud zijn. Als de vader juist viermaal zoo oud is
als de zoon, hoe oud is dan de laatste ?
14. Van welk getal zijn 13 zestienden gelijk aan lO^/jj?
15. Iemand verliest i/s van zijn kapitaal. Ware zijn verlies
f 400 kleiner geweest, dan zou het ^/g van zijn kapi-
taal bedragen hebben. Hoe groot was zijn bezit ?
16. De jaarlijksche rente van een kapitaal bedraagt ƒ 150 ;
hoeveel zal dan die rente bedragen, als men het kapilaal
verdubbelt ?
17. Hoe groot zou de jaarlijksche rente zijn, als het kapitaal
verdubbeld, maar het percent met V4 gedeelte vermin-
derd werd ?
18. Iemand heeft 15 L boontjes van 12 ct en eenige L van
15 ct den L. Hij doet beide soorten onder elkander en
kan ze nu verkoopen tegen 14 ct den L. Hoeveel L
der tweede soort heelt hij ?