Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
9. Een winkelier verkoopt thee, die hem f 2,80 per KG
kost, zóó, dat de winst '/s van den verkoop bedraagt.
Bereken dien verkoop?
10. De som van in- en verkoop is / 330. De winst is
lO-Za^/o van den verkoop. Men vraagt nu den inkoop.
11. Wordt de komma in eene tiendeelige breuk 2 cijfers
naar de linkerhand verplaatst, dan is de breuk / 0,2475
kleiner geworden. Welke is die breuk?
12. A kan zeker werk in 12 dagen doen. Nadat A en B
er samen 4 dagen aan gewerkt hebben, doet B de rest
in 6 dagen. In hoeveel dagen kan B het geheele werk
doen?
13. A en B kunnen samen een werk verrichten in 6% dag;
B en C hl 87n dag en A en C in 775 dag. In hoe-
veel dagen kan ieder van hen het afzonderlijk doen?
14. Een reiziger geeft van zijn geld Vi gedeelte en ƒ 4 uit.
Van de rest geeft hij weer V4 gedeelte en / 4 uit,
waarna hij nog / 20 overhoudt. Hoeveel gld bezat hij
eerst?
15. Drie personen handelen. A legt / 500 minder in dan
B en B / lOOO minder dan C. Van de winst, groot
ƒ 1170, ontvangt C / 540. Bereken hieruit den inleg
van C.
16. Drie personen deelen / 860 zóó onder elkander, dat de
aandeelen van A en B zich verhouden als 2 en 3, en
die van B en C als 5 en 6. Hoeveel gulden bedraagt
het aandeel van A?
17. Vul eens in: 72 X 68 = (70 + . . ) X (70 — . . )
= 70 X..-2X.
36 X 24 (30 + . . ) X (30 — . . ) = 30 X . .
-6X. . = ...-...=