Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
ƒ 30 uitgaven heeft, na hoeveel weken zal dan A even-
veel bezitten als B?
§ 5.
1. Welk deel is de winst van den verkoop, wanneer er
6"Zo is gewonnen?
2. Hoeveel is: {(1 - V2 - VJ + (Vs - 'A - Vs)} :
0,375?
3. Iemand betaalt op een schuld 2 maal zooveel guldens,
als hij rijksdaalders schuldig is. Later betaalt hij weer
2 maal zooveel guldens af, als hij toen nog rijksdaalders
schuldig was. Wanneer de geheele schuld nu op f 2
na vereffend is, hoe groot was ze dan wel?
4. 26 X 34 = (30 — 4) X (30 + 4) = 30 X 30 -
4 X 4 = 900 — 16 884.
Bereken eveneens: 28 X 32, 16 X 24, 32 X 48,
52 X 48 en 56 X 64.
5. Wat kost 1 M katoen, als 1 M linnen 3 maal zoo duur
is als deze stof; als 1 M laken 6^/3 maal zooveel kost
als 1 M linnen en de prijs van 1 M laken ƒ 5 bedraagt?
6. Wanneer de komma in eene tiendeelige breuk 1 cijfer
naar de rechterhand wordt verplaatst, is de breuk 3,975
grooter gev.'orden.. Welke breuk is het?
7. Iemand ontvangt twee stukken linnen, die even duur zijn.
Als het eene stuk, dat 60 M lang is, 15 ct per M goed-
kooper is dan het andere, dat 48 M lang is, hoeveel kost
dan elk stuk?
8. Als twee getallen samen 300 zijn en het kleinste op het
verschil driemaal begrepen is, vraagt men naar het groot-
ste dier getallen.