Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
's jaars. Tegen welk percent had hij dit kapitaal moeten
uitzetten, om evenveel interest te ontvangen ? (Op twee
manieren oplossen!)
12. Er liggen 84 rijksdaalders op tafel. Men wisselt zoo
dikwijls 2 rijksdaalders in tegen 5 guldens, tot er van
beide soorten geldstukken evenveel liggen. Hoeveel
rijksdaalders moet men inwisselen?
13. Een heer bezit 6 stuks 2V3 7o N. W. S. Hoeveel rente
ontvangt hij daar elk halfjaar van?
14. Wanneer hij die stukken had laten koopen tegen den
koers 8978 en de makelaar VsVo courtage kreeg, hoe-
veel percent trekt hij dan van zijn geld?
15. A en B wonen aan denzelfden straatweg 3OV4 KM van
elkander. Ze loopen elkander tegemoet en treffen el-
kander na 2 uur 45 minuten. Als A 2 HM per uur
meer aflegt dan B, hoeveel KM vorderde dan de laatste
in 't uur?
16. Een stuk laken, dat / 150 had gekost, werd wegens
beschadiging met verlies van de hand gedaan. Als het
verlies V3 van den verkoop bedraagt, vraagt men den
verkoop te berekenen.
17. Er is eene reeks getallen, die bij 4 opklimmen. Het
eerste getal is 4, het laatste 100. Welke is hunne som?
18. Het quotiënt van twee breuken is Vo en hare som l^/g.
Hoe groot is haar verschil?
19. Bereken de oppervlakte van een kubus, die een inhoud
heeft van 125 dAP.
20. Twee personen hebben ieder een somme gelds, A / 180
en B ƒ 300. De eerste heeft een wekelijksch inkomen
van / 16, de tweede van / 12. Als A door elkander
gerekend in drie weken / 36 en B in denzelfden tijd