Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
verschil zijn, als ze beide eerste met 12 vermenigvul-
digd worden?
2. Vul nu eens in: 45 X 45 ==...; 95 X 95 = ...;
55 X 55 = . . . ; 125 X 125 = . . .
3. Hoelang moet een kapitaal a 4^0 jaars uitstaan, om
Yso van 't kapitaal aan interest op te brengen?
4. Een leerling deelt een getal door 30. Later deelt hij
hetzelfde getal door 40. Als het eerste quotiënt 15 groo-
ter is dan het tweede, welk is dan dat getal?
5. De som van in- en verkoop eener partij graan bedraagt
y 2360. Als de verkoop 29 maal zoo groot is als het
verlies, vraagt men den inkoop.
6. Het verschil van twee getallen bedraagt 550. Bereken
het verschil, wanneer beide getallen eerst door 5 zijn
gedeeld.
7. Een tienguldenstuk heeft 0,900 gehalte en weegt 6,72
G. Hoeveel zulke geldstukken kunnen uit 0,7 KG 0,5
HG 6 G goud geslagen?
8. Een handelaar verliest op eene partij waren gedeel-
te. Had hij 5"'/o verloren, dan zou zijn verlies f 4,80
meer bedragen hebben. Bereken den verkoop.
9. Een winkelier kocht 156 KG suiker in voor ƒ 78. Hij
doet ze aan iemand over, wien hij 4% overwicht geeft.
Wanneer hij nu nog 15Vi3"/o wint, op welken prijs had
hij dan 1 KG gesteld?
10. Iemand koopt eene partij rijst tegen 24 ct en 100 KG
tegen 18 ct per KG. Na vermenging verkoopt hij ze
met 10®/,, winst voor 22 ct per KG. Uit hoeveel KG
bestond de eerste partij?
11. Een rentenier heeft een kapitaal, / 1000 groot en zet
daarvan / 600 uit tegen 4V3''/o en / 400 tegen 3V//o