Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
17. Men heeft dien oliebak met zink bekleed, (het deksel
uitgezonderd). Hoeveel dM-is daarvoor noodig geweest?
18. Op het schoolbord is een rechthoek geteekend, die 90
cM lang en 75 cM breed is. Hij is verdeeld in eenige
even groote vierkanten, die zoo groot mogelijk zijn ge-
nomen. Hoeveel vierkanten zijn er en hoeveel cM^ is
de oppervlakte van één vierkant?
19. Deelt mén 15 opeen zeker getal, dan is de rest 3. Wat
zal de rest zijn, als men het vijfvoud van dat getal door
15 deelt?
20. Vul eens in: 5 dS = . . , S = . . . dM' = . . . L
= . . . M^ = . . . DL = . . . cM' = . . . HL.
§ 2.
1. Een getal laat bij deeling door 15 tot rest 4. Welke
zal de rest zijn, als men het lOvoud van dat getal door
15 deelt?
2. De prijs van een vat (80 halve kilo's) boter is f 30. Om
den prijs per halve kilo te berekenen, gaat men aldus
te werk: / 30 : 4 = / 71/2. Dus kost 1 halve KG
7 Va stuiver. Verklaar dit eens!
3. Voor den vloer eener keuken had men juist 300 stee-
nen van 2 dM in 't vierkant noodig. Als dit vertrek
3 M breed was, hoe lang was het dan ?
4. Een koopman ontving een stuk linnen, dat hij gekocht
had voor f 30 en zooveel kwartjes als hij meiers kocht.
Als het linnen ƒ 0,75 per M kostte, vraagt men de lengte
van het stuk.
5. Iemand had een mand eieren gekocht en dacht die weer
te verkoopen voor 90 ct het snees. Hij brak intusschen