Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
f 3127,50. Men vraagt de grootte der geleende sommen.
12. Later leent A een zeker kapitaal tegen 3, en B / 200
meer tegen 'sjaars. Samen geven ze na één jaar
aan kapitaal en interest / 3511. Hoe groot is het aan
A geleende kapitaal?
13. Van een breuk is de noemer 16 grooter dan de teller.
Na vereenvoudiging is hun verschil 1. Als de som der
noemers 68 is, welke is dan de niet-vereenvoudigde breuk?
14. 1 HL = . . . dM^ 0,5 M3 = . . . HL; 5 DL = . . .
cM'; 125 M2 = . . . A; 0,625 M^ = . . . A; 0,25 A
= . . . M2; 50 cL == . . . cM3; 25 cA = . . . DM^.
15. Iemand betaalt op een schuld zooveel guldens, als hij
rijksdaalders schuldig is. Na eenigen tijd geeft hij weer
zooveel guldens, als hij nog rijksdaalders schuldig is.
Welk gedeelte der schuld staat nu nog open?
16. Op een schuld betaalt men evenveel dubbeltjes, als ze
kwartjes bedraagt. Later geeft men nogmaals zooveel
dubbeltjes, als de schuld toen nog kwartjes groot was.
Hoe groot is die schuld, wanneer er nu / 1,60 op be-
taald is?
17. Een kapitaal, tegen 4% uitstaande, brengt in een jaar
/ 120 interest op. Hoeveel interest zal het in dien tijd
opbrengen, wanneer men het verdubbelt, doch het per-
cent met 72% verminderd wordt?
18. Na het krimpen komt 1 M laken op / 5,20. Hoe duur
was het ingekocht, zoo het was gekrompen?
19. De som van twee breuken is l^/^a en haar verschil Vis-
Bereken het product dier breuken.
20. Eene geldsom staat uit tegen 4®/o. Ze zou jaarlijks /10
interest meer opbrengen, als ze tegen 57o uitstond. Be-
reken de grootte der som.