Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BO
maar in 't geheel / 2,80 minder, wil men den prijs van
1 HL van B weten.
§ 3.
1. Een flesschenkoopman ontvangt 10000 flesschen tegen
3,5 ct het stuk, die hij weer verkoopt voor 5 ct het stuk.
Hij wint bij dezen handel maar 25Vo> omdat er flesschen
gebroken zijn. Men vraagt nu het aantal gebroken fles-
schen.
2. Een kapitaal brengt in 9 maanden ƒ 10,5 minder op,
dan in 1 jaar, uitstaande tegen hetzelfde percent. Als het
in 8 maanden aan interest van 't kapitaal oplevert,
vraagt men hoe groot het is.
3. Iemand koopt twee kisten thee van verschillende soort,
tegen / 2,50 en / 3,— per KG. Hij mengt beide soor-
ten ondereen en verkoopt ze tegen /3,22 per KG, waar-
hij 15®/o wint. Als er in 't geheel 75 KG is, hoeveel
weegt dan elke kist ?
4. Twee getallen verschillen 90. Het kleinste is op de som
dier getallen 5 maal begrepen. Welk is het grootste
getal ?
5. Eene partij kaas is ingekocht tegen 18 ct en verkocht
tegen 19 ct per KG, nadat ze 10®/o ingedroogd was.
Als er nu ƒ 5,40 verloren is, vraagt men de grootte
der partij.
6. Er zijn drie getallen. Het eene is op hunne som 4 maal,
het andere 3 maal begrepen. Hoe dikwijls is het derde
er op begrepen ?
7. Er zijn drie getallen. Deelt men hunne som door het