Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
12. Hoeveel dM^ is het oppervlak van den balk grooter dan
dat van het blok ?
13. Zestien HL tarwe kost / 26 meer dan 20 HL rogge.
Als de tarwe per HL f 3,5 duurder is dan de rogge,
vraagt men naar den prijs van 1 HL tarwe.
14. Een rechthoek, die 1,2 M lang en 6,25 dM breed is, heeft
dezelfde grootte als een trapezium. De hoogte van dit
laatste is 7,5 dM. Bereken zijn beide evenwijdige zijden,
als ge weet, dat de eene 3,5 dM langer is dan de an-
dere.
15. Bereken :
{(3 - 0,125) (5,625 - 2V4)) : 4,625 - V'^,,,).
16. Van eene vermenigvuldiging is de vermenigvuldiger 15
en de som van product en vermenigvuldigtal 5760. Be-
paal nu het vermenigvuldigtal.
17. Een som geld, groot / 1200, moet zóó verdeeld worden
onder A, B en C, dat de aandeelen van A 4- B, B + C
en A -f- C tot elkander staan als 7, 9 en 8. Hoeveel
gld ontvangt C ?
18. Een winkelier ontvangt 60 KG suiker tegen 63 ct per
KG. Bij verkoop geeft hij voor 42 ct V12 KG minder
dan hij voor dat geld ontvangen heeft. Hoeveel wint
hij ten honderd ?
19. Een manufacturier koopt twee stukken laken, elk 60 M,
tegen denzelfden prijs. Het eene stuk verkoopt hij met
12 V2. het andere met 15Vo winst. Als nu het laatste
stuk f 6 meer opbrengt dan het eerste, vraagt men den
inkoopsprijs per M.
20. A en B koopen aardappelen, de eerste 12 en de tweede
10 HL. Als B per HL 2 dubbeltjes meer betaalt dan A,