Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
rabat 's jaars toegestaan. Hoeveel moest B dan betalen ?
15. Wordt een zeker getal met 5 vermenigvuldigd en daar-
na door 12 gedeeld, dan is het quotiënt 30 minder dan
de helft van dit getal.
Bereken nu het getal.
16. Een landbouwer verkoopt een stuk land met 5"/o ver-
lies voor f 2850. Wat zou de verkoopprijs geweest zijn,
als hij eens had gewonnen?
17. Van eene opgaande deeling staat de deeler tot het deel-
tal als 1 tot 25. Wanneer deeler en deeltal 600 ver-
schillen, wat is dan het deeltal ?
18. Wanneer een goudsmid 4,5 HG goud van 0,850 gehalte
ondereensmelt met 3 HG van een ander gehalte, zal het
mengsel van 0,810 gehalte zijn. Van welk gehalte is
de 3 HG ?
19. Voor / 315 huren drie landbouwers eene weide. De
een weidt daarin tien koeien 8 weken, de ander veertien
koeien 5 weken en de derde vijftien koeien 4 weken.
Hoeveel gulden moet nu de eerste bijdragen tot de huur ?
20. Er zijn twee getallen. Het eene, door 17 gedeeld, laat
13 en het ander 11 tot rest. Welke rest zal hun product
bij deeling door 17 dan laten ?
2.
1. De oppervlakte van een balk, die 5 M lang en 2 dM
breed is, bedraagt 3.56 M^ Bereken nu de dikte.
2. B en C drijven samen een handel, waarvoor B /800 meer
inlegt dan C. Van de winst, groot/360, krijgt C/150.
Hoe groot is de inleg van B ?