Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
3. Drie winkeliers koopen eene kist thee. A en B krijgen
samen 100 KG er van en C 10 KG meer dan B. Wan-
neer A 150 gld moet betalen en B en C samen 225 gld,
hoe duur is dan 1 KG thee ?
4. Er zijn drie getallen. Het product van 't eerste en twee-
de is 2400 en van het eerste en derde 1,2 zoo groot.
Als het derde 10 grooter is dan het tweede, vraagt men
naar het tweede dezer getallen.
5. De noemer der breuk 1^/24 wordt met 8 verminderd;
door welk getal moet de teller gedeeld worden, zal de
breuk dezelfde waarde behouden ?
6. Twee personen deelen eene som gelds. Zoo B, die ƒ600
meer dan de helft ontving, VI^ maal zooveel kreeg als
C, vraagt men ieders aandeel.
7. Deelt men een zeker getal door 4,5 en ook door SVs
dan is het eerste quotiënt 33 kleiner dan het tweede.
Welk getal is dit ?
8. Er wordt eene sloot gegraven ter lengte van 2.4 DM.
Als ze 1,5 diep en 2^2 M breed moet zijn, maar 2 M
bodemwijdte verkrijgt, hoeveel M' aarde moet dan ver-
werkt worden?
9. Wanneer 1 KG koffie 2Y5 maal zooveel kost als 1 KG
suiker en 1 KG thee l'/2 maal zoo duur is als 1 KG
koffie, hoeveel KG suiker zou men dan kunnen inruilen
voor 5 KG thee ?
10. Een kapitaal staat drie maanden op rente tegen 4®/o
's jaars en toen nog even lang tegen 5% 's jaars. Als
het in dit halfjaar ƒ 45 rente oplevert, hoe groot is het
dan ?
11. Iemand wint bij zekeren handel IG^/gVo van den ver-